Categoriearchief: moestuin

Tomatenchutney van onrijpe tomaten

Ik ben dol op tomaten, dus toen ik deze zomer serieus aan moestuinieren begon, wilde ik daar ook tomaten bij. Het beste zou zijn onder glas of plastic, om de planten te beschermen tegen regen. De regen zelf is niet het probleem – tomaten drinken veel – maar als het vochtig blijft rondom de tomatenplanten kan de pseudoschimmel Phytophtora zich goed verspreiden en dat betekent meestal het einde van je tomaten. Maar van een kas kwam het nog niet.

Geen probleem: de tomaten kwamen aanwaaien, misschien zelfs wel letterlijk. In mijn achtertuin heb ik twee verhoogde bedden gemaakt, dat wil zeggen twee moestuinbakken. In iedere bak deed ik aarde en compost en zaaide ik m’n rijtjes. Ruccola, radijs, doperwten en nog zo het een en ander, maar geen tomaten. Tot mijn verbazing kwamen die wel spontaan naar boven. Ik weet niet waar de zaden vandaan kwamen (misschien uit de compost), maar de planten deden het goed, in totaal wel tien. En verschillende rassen, gewone en kerstomaten, roodkleurende en ook die geel-oranje bleven als ze rijp waren. Een onverwacht succes. Alleen waren ze wat laat, en de tomaten die het laatst groeiden rijpten niet meer. Die bleven gewoon groen. Omdat het seizoen in oktober toch echt voorbij was, heb ik uiteindelijk de planten gerooid en de onrijpe tomaten op de vensterbank gelegd. Langzaam maar zeker kleurden ze bij. Lekker werden ze niet meer. Tijd voor chutney.

2016-11-15_20-14-10_jt

Zondag heb ik voor het eerst chutney gemaakt, een geweldige manier om onrijpe tomaten te verwerken. De zoetigheid komt van de suiker en de rozijnen, het zuur van de azijn, en de pittigheid van een rode peper.

Ik ben uitgegaan van de toevallige hoeveelheid tomaten die bij mij op de vensterbak lag: 555 gram (hieronder omgerekend naar een ‘normale’ hoeveelheid van een halve kilo – ik ben een pietje-precies, maar bij het koken werk ik op gevoel en ervaring. Al kook ik honderd keer hetzelfde, het smaakt nooit precies hetzelfde.). De rest van de ingrediënten heb ik daar op afgestemd, en daarbij moest ik nog even de deur uit om het keukenkastje weer aan te vullen. Mijn suiker is nu bijna op, na tien jaar wordt het tijd voor een nieuw pak van een kilo.

Recept voor tomatenchutney

Gereedschap

  • Steelpannetje van staal met dikke bodem, inhoud maximaal 1,5 l (andere pannen kan natuurlijk ook, maar ik wilde tegelijkertijd ook nog mijn avondmaal kunnen koken)
  • Geen deksel, er moet vocht verdampen tijdens het koken
  • Houten lepel om te roeren (vaak)
  • Snijplank en keukenmes
  • Schone, gesteriliseerde jampotten
  • Jamtrechter (of soepopscheplepel en op de koop toe nemen dat je een beetje knoeit bij het vullen van de potten)

Ingrediënten

  • 500 g tomaten (onrijp en rijp, naar keuze)
  • 2 of 3 rode uien (of gele), ca. 300 g
  • 50 g rozijnen (een handje)
  • 1 appel (2 of 3 mag ook, het beste is goudreinet of cox, liefst dus stevig en een beetje zuur; appels voegen pectine toe en maken het eindresultaat viskeuzer, stropiger, dus dat de boel samenhanged is, richting jam)
  • 150 g suiker (een theekopje net zo vol als dat er thee in dat kopje zou zitten; en rietsuiker of basterdsuiker, mag ook, maakt volgens mij geen fluit uit)
  • 150 ml wittewijnazijn (theekopje, zie hierboven)
  • 1 el zout
  • 1 rode peper
  • 20 g gember (een stuk zo lang als je duim)
  • 2 el geel mosterdzaad
  • 1 tl (afgestreken) kaneel
  • 10 kruidnagels (of 5 of 15, als je maar onthoudt hoeveel, dan kun je die er later weer uithalen)

Werkwijze

  • Tomaten, uien en appel in stukken snijden (niet te fijn)
  • Rozijnen heel of gehalveerd, ik heb de helft gehalveerd en achteraf denk ik dat dat niet nodig was
  • Gember en rode peper fijn snijden
  • Alle ingrediënten in de pan doen en aan de kook brengen. Eenmaal aan de kook, het vuur laag zetten en net zo lang laten koken tot de boel aardig ingedikt is. Het is makkelijk: eerst is het zoals gevulde soep en als je maar blijft koken en roeren (om te voorkomen dat de boel aan de bodem aanzet), kun je op een gegeven moment met je houten lepel een streep over de bodem trekken die dan heel even zichtbaar blijft. Klaar! Bij mij duurde het 2½ uur, nogal lang dus, want sommigen krijgen het in een uur voor mekaar. Misschien lukt het ook met minder azijn?

Potten vullen

Met bovenstaande hoeveelheid aan ingrediënten kon ik na koken twee jampotten vullen (eigenlijk een pot waar eerst pindakaas in had gezeten en een andere waar stroop in had gezeten). Bij elkaar schat ik 700 gram. Veel te weinig, want mensenkinderen, wat is dit lekker! Achteraf had ik de afzuiging niet aan moeten zetten, want dan had het hele huis er naar geroken. En het ruikt heerlijk, ook de volgende ochtend nog.

  • Maak je potten heel goed schoon, afwassen en eventueel met heet water en soda reinigen. Daarna goed afspoelen met schoon water.
  • Steriliseren door een kwartiertje in een oven (110°) te zetten met de opening naar boven. Deksels niet in de oven, maar overgieten met kokend water.
  • Vul de potten tot net onder de rand. Als je knoeit, met een keukenpapiertje de rand afvegen. Deksel even droogschudden en de pot ermee afsluiten. Daarna vijf minuten op z’n kop zetten en dan weer gewoon. Tijdens het afkoelen krimpt de lucht bovenin en zuigt de deksel zich vast (zelfs zo’n klikdeksel, leuk om te zien).

Wachten

Ik lees her en der dat je een maand moet wachten met opeten omdat de smaak dan nog rijker is. Dat is natuurlijk onmogelijk, een maand wachten. Met een van mijn potten lukt dat nog wel, maar die andere ga ik eerdaags open- en opmaken: het is nu al zo lekker. Nu nog bedenken waar ik het bij ga eten.

— UPDATE —

Ik heb me kunnen beheersen en anderhalve maand gewacht en de chutney laten rijpen. Maar met Kerst 2016 was het dan zover en heb ik mijn eerste pot aangebroken. De verrukking!

Lepeltje voor lepeltje werk in mijn weg naar de bodem van het potje. Heel lekker blijkt chutney bij bulgur, dat is voorgekookte gebroken tarwe.

Bonenschatkist

Bij Het goeie leven had Peter het over een Bohnenschatzkiste en over Corry. Corry blijkt Cordula Metzger uit Labenz (tussen Hamburg en Lübeck). De bonenschatkist, in het Duits eerder Bohnenschatztruhe genoemd, is een uitwisselingsproject van (de zaden van) bonen van over de hele wereld.

Het gaat op basis van vertrouwen: je stuurt Cordula bonen in een bubbeltjesenvelop (kijk op haar site om te weten waar behoefte aan is). Na een tijdje –  het kan even duren –krijg je andere bonen teruggestuurd, maar alleen als je de portokosten betaalt.

bonenschatzkiste
Bonen uit de schatkist van Cordula Metzger

Leve de biodiversiteit en lees meer over haar project op carpediem-living.blogspot.de. De Verenigde Naties heeft 2016 uitgeroepen tot het jaar van de peulvruchten. Nou is er van 2016 niet veel meer over, maar ook in 2017 en alle volgende jaren blijven ze gezond. Vergeet ze niet, die peulvruchten (al was het volgens Elise uit dezelfde aflevering van Het goeie leven soms terecht).

Kijk ook op de site van Anja Oetmann-Mennen die sieraden maakt van bonen: www.bohnenschmuck.de.

Wil je aflevering zeven van Het goeie leven terugzien, dat kan nog tot en met 1 november 20.35 uur.

Tranen in de ogen van de lekkerste groentjes

De leukste televisie van het moment is Het goeie leven, te zien op één, of wat we vroeger België 1 noemden. Het is onmogelijk niet in een goede, pardon: goeie stemming te komen van dit in afleveringen uitgezonden programma. Ieders humeur knapt beslist op bij het zien van deze allervriendelijkste, gepassioneerde wedstrijdjes moestuinieren en koken.

Op een idyllisch plekje, een stuk grond achter een klooster in Drongen, net ten westen van Gent, legden zes koppels moestuinen aan om een variëteit aan groenten te kweken. Alles ecologisch.

Iedere week moet ook een maal gekookt worden met die zelfgekweekte groente, zo lekker mogelijk en op vuur, want gas of elektra ontbreekt. Die maaltijden worden beoordeeld door presentator en verwoed tuinier Wim Lybaert en iedere week een andere Vlaamse chefkok. Lybaert is een levensgenieter en kan ontroerd raken van een lekker maal, en smullen van de ‘groentjes’.

Je kunt als deelnemer wel winnen, maar niet verliezen. Iedereen mag gewoon blijven tot het eind. En dat maakt het programma zo aardig: twaalf sympathieke mensen die elkaar wat gunnen, twee aan twee geselecteerd uit liefst zevenhonderd. Voor de mooiste en vooral smakelijkste groente krijgt het winnende stel een riek, voor het beste eten een vork.

Leef mee met lerares Elise en postbode Paul, grote en kleine Bart, wildplukkers Peter en Tine, zussen Lut en Lieve, pottenbakkers Bert en Dirk (die ook nog speciaal borden en pannen bakken voor de diverse gerechten), en de jonkies Glen en Paulien.

Ook al heb je al zes afleveringen gemist: kijk toch maar. Met een beetje geluk koopt de Nederlandse publieke omroep de hele serie aan en zendt die dan voorafgaand aan het nieuwe tuinseizoen uit, zodat ook heel Nederland kan genieten en het grasveld achter omspit en sla, bonen of tomaten aanplant.

 

Naakt de vriezer in

Kaalgevreten hosta’s, alsof je vitrage in je tuin hebt staan, ik had er niet zoveel last van. Een beetje geknabbel en dat was het. Vlinders zag ik net zo graag als ieder ander en als rups zag ik ze zelden. Spuiten met gif of strooien met slakkenkorrels, nee, daar doe ik niet aan. En toen begon ik dit jaar met moestuinieren. Op kleine schaal, twee verhoogde bedden in de vorm van twee zelfgemaakte moestuinbakken.

Zelfgemaakte moestuinbakken van douglas-planken
Zelfgemaakte moestuinbakken van douglas-planken

Ik spuit nog steeds niet, en dat ga ik ook niet doen. Maar maatregelen bleken nodig, want de rucola, de paksoi en de net gezaaide sperziebonen verdwenen in naaktslakkenmagen, terwijl het koolwitje zich uitleefde op de broccoli. Ik ging ’s avonds met een mijnwerkerslamp (een zaklamp met een elastieken band) op mijn hoofd de tuin in en verzamelde de slakken in een leeg margarinekuipje. Dan, hup, dat kuipje in het vriesvak en ’s ochtends konden de slakkenklompjes op de composthoop. Dat werkte prima.

En de rupsen van het koolwitje, ach, volgend seizoen doe ik een netje over de koolgewassen en dan is dat probleem ook opgelost. Maar waar ik niet op had gerekend, was dat koolwitjes niet eenkennig zijn. De broccoli stond er zo treurig bij, zo kaalgevreten, dat de planten op de composthoop gingen. Toch bleef het koolwitje rondfladderen. Toen M. de rucola opnieuw zaaide, niet in de moestuinbakken maar in potten, om mij het slakkenverzamelen te besparen, heeft dat koolwitje dat goed gemerkt (en ik iets te laat). Want aan de onderkant van zo ongeveer ieder blaadje legde de vlinder minuscule eitjes, en uit die minuscule eitjes kropen piepkleine rupsjes in exact dezelfde groene kleur als het blaadje. Die piepkleine rupsjes hebben een reuzehonger, voor mij bleef voorgekauwd eten over. Dus in plaats van in een handomdraai slakken te verzamelen, moest ik nu heel nauwgezet eitjes wegvegen. Dat werkt gelukkig wel.

Waarom die slakken in de vriezer? Tja, het zijn flinke beesten en erop gaan staan vind ik akelig voor die beesten en bovendien een smeerboel. Van kreeften weet ik dat een vriesdood gezien wordt als ‘humaan’. De term vind ik raar, maar het principe goed, zijnde een enorme verbetering ten opzichte van levende beesten in kokend water gooien. Wat goed is voor kreeften – waarbij ‘goed’ natuurlijk ‘minst slecht’ is, moet goed zijn voor slakken.