Categoriearchief: natuur

Golf van slag

De kortste dag, dat is het vandaag. Vanaf nu gaat de zon iedere dag weer ietsje later onder en ’s ochtends komt-ie ietsjes eerder op! Nee, nee. Nee! Dat is dus niet zo. Je zou het denken want dat het de kortste dag is klopt wel – al is dat niet altijd op 21 december, het kan een dag eerder of een dag later zijn.

Het KNMI produceert ieder jaar een handige tabel met daarin de tijden van zonsopkomst (‘zonopkomst’ volgens het KNMI, maar niet volgens ieder ander) en zonsondergang. Daarin kun je heel makkelijk zien dat vandaag de zon om 16.31 uur onderging, maar ook dat dat tien dagen geleden al om 16.28 uur was. Kijk hier voor die tabellen, ook voor de tijden wanneer de maan opkomt en ondergaat: www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/klimatologische-brochures-en-boeken.

De zon kwam vandaag op om 08.46 uur en morgen ook. Dan de 23e en de 24e een minuutje later en van 25 december tot en met 3 januari 2017 om 08.48 uur. En daarna pas wordt het gestaag steeds een beetje eerder licht.

Zet je de tijden van zonsopkomst en -ondergang uit in een grafiek, dan zie je twee golven. De lijn voor de zonsondergang heeft een top rond het begin van de zomer en een dal ongeveer bij het begin van de winter. De zonsopkomstgolf piekt en daalt net andersom. Maar ten gevolge van de elliptische baan waarin de aarde rond de zon draait, liggen top en dal niet precies boven elkaar. Niet nu bij het begin van de winter, en ook niet bij het begin van de zomer.

Nog even de tanden op elkaar, het blijft ’s ochtends nog lang donker. Maar de dagen lengen wel.

Ik zie ik zie wat ik niet zie

Uit het water stak een groot bot schuin omhoog. Echt een flink bot, mogelijk een dijbeen en zo groot als dat van een mammoet of misschien wel een dinosaurus. Ook was het heel donker, bijna zwart van kleur. Van iets dichterbij zag de grootste knobbel er opvallend uit. Even dacht ik aan een schildpad, maar sinds wanneer komen schildpadden in Nederland in het wild voor? Hoe dichter ik bij het bot kwam – dat inmiddels geen bot maar  boomstam bleek te zijn – hoe meer de knobbel op een schildpad leek. Het moest wel een kunstwerk zijn dat daar in het water lag, al was het een rare plaats voor een kunstwerk: midden in de natuur in een plas, misschien een voormalige kleiput, daar waar de Kekerdomsche Waard overgaat in de Millinger Waard. Veel kunstliefhebbers kon het niet trekken, want aan beide zijden van het pad, dat als een dijkje tussen twee plassen liep, was flinke begroeiing. Inmiddels was duidelijk dat het hier om een schildpad ging, maar niet of het een beeld of een levend wezen was. Ik liep voorzichtig het talud af, naar het water toe, de fototelefoon van M. bij de hand. De schildpad bewoog – traag – z’n kop. Op deze heerlijke herfstdag, zondag 16 oktober 2016, was het plots 20° en als koudbloedig dier gebruikte de schildpad dit moment om op te warmen. Totdat ik daar stond, bijna klaar om een foto te maken. Dat werd ’m (of ’r) teveel en met een plonsje verdween het reptiel in het water.

Thuis heb ik wat opzoekwerk gedaan. Schildpadden blijken in Nederland in het wild voor te komen, al blijft het een uitzondering. Sinds de laatste eeuwwisseling nemen de waarnemingen toe. Het gaat om ontsnapte danwel uitgezette beesten, voor voortplanting is het niet lang genoeg warm in de Nederlandse zomers. Dankzij de klimaatopwarming komt dat moment wel dichterbij: er zijn schildpadden gezien die eieren leggen. Voor een succesvol broedsel zou een periode van circa twee maanden nodig zijn waarin het constant 30° is. Aangezien het zover nog niet is (en laten we hopen dat dat zo blijft), zijn er geen waarnemingen bekend van uitgebroede eieren.

Bronnen:

Superdagpauwoog

Een bijzondere bonus tijdens het boodschappen doen: een rondfladderende dagpauwoog in de supermarkt. Van lichtbak naar lichtbak vloog het arme diertje. Geen bloem te zien, en de uitgang is ver weg. Bovendien staat deze supermarkt in een overdekt winkelcentrum. Deze vlinder overwintert dus niet.

Maar voor het overige een goed jaar voor de dagpauwoog, met een tweede piek in september – na die eerste in augustus. En dat vanwege het warme weer. De paddenstoelen hebben het nakijken, vooralsnog.