Categoriearchief: taal

Landelijk

Gisteravond was Dorsvloer vol confetti op tv, een film naar het gelijknamige boek van Franca Treur. Goeie film en origineel inkijkje in de wereld van een protestantse samenleving in Zeeland.

Het is het verhaal van een meisje op een boerderij. En dat is nou het aardige, de hoofdpersonen worden gespeeld door acteurs met landelijke achternamen, geheel bijpassend:

  • Dochter, Hendrikje Nieuwerf – nieuw erf
  • Moeder, Suzan Boogaerdt – boomgaard
  • Vader, Steven van Watermeulen – watermolen

Vertaal het lekker zelf

Terwijl de rest van de wereld mokkend rond een knapperend haardvuur zit, is het in Nederland gezellig. Dit is altijd zo geweest, want gezelligheid kent geen tijd. Ach arme rest van de wereld: vertaal gezellig, dan kunnen jullie ook meegenieten. En anders mogen jullie het woord best van ons lenen. We gaven jullie al apartheidbaas en koevoet.

Vooruit, laat gezellig onvertaalbaar zijn of in ieder geval niet-zo-goed vertaalbaar. Het omgekeerde wordt ook vaak geroepen, dat een woord uit een andere taal niet in het Nederlands vertaalbaar is. Dat is te gemakkelijk.

Beatrice de Graaf schrijft in haar NRC-column van za. 8-10-2016 over Vergangenheitsbewältigung (een begrip waar haar column om draait) ‘een vertaling is er niet’. Pak je het woordenboek, dan vind je een uitleg in zes woorden: ‘het innerlijk verwerken van het verleden’. Maar dat in dat woordenboek, Van Dale Middelgroot woordenboek Duits-Nederlands, 2e editie 2015, niet een vertaling in één woord staat, wil nog niet zeggen dat dat niet te bedenken is. Ik kwam, zonder mijn hersens erg te moeten pijnigen, met geschiedverwerking. Ik bleek niet de eerste en ook niet de enige. En als je even googelt dan vind je links naar nog enkele publicaties waar geschiedverwerking in voorkomt.

Een vertaling mag je gewoon zelf bedenken. Het kan een tijdje gekunsteld overkomen, maar uiteindelijk went het en heb je je moedertaal verrijkt.

Tegen de tijd dat ik nog andere voorbeelden heb gevonden, zal ik ze hier vermelden.

Afronden

Maak de wereld beter, decimaal voor decimaal. 5 of hoger: afronden naar boven. Minder: naar beneden. Een eenvoudige regel die evenzogoed vaak genegeerd wordt. Het beeldscherm van een computer (en dus ook van een smartphone en een tablet) kan miljoenen kleuren tonen: 16.777.216 om precies te zien. Da’s een mond vol, dus laten we dat afronden: 17 miljoen of met één decimaal: 16,8 miljoen. En dat zie je nou nooit. Er wordt gesproken (echt overal) over 16 miljoen en 16,7 miljoen.

[Redactionele noot]

Een zin die begint met een cijfer, zoals hierboven ‘5 of hoger … ’, krijgt geen hoofdletter. De plaats waar die hoofdletter had kunnen komen te staan is al ingenomen door het cijfer. Als je dat niet mooi vindt, dan kun je beter de zin herschrijven.

Er mogen accenten op de e’s van één in ‘met één decimaal’, omdat het hier om een telwoord gaat en niet om een lidwoord.

Wordentekort

‘Alle handel moet verboden.’ Met een punt erachter. Waar vroeger de zin pas compleet was als-ie eindigde in moet verboden worden, is deze geknotte variant nu zeer algemeen geworden. Dit is een willekeurig voorbeeld (NRC van ma. 26-09-2016), maar worden-loze zinnen kom je overal tegen. Ik herinner me dat ik het voor het eerst zag in stukjes van Hugo Brandt Corstius (of Piet Grijs of Battus), waarschijnlijk al dertig jaar geleden. Krachtig taalgebruik, het duidt op daadkracht. En toch mis ik het, dat worden. Wat niet zo gek is, want worden is hier het hoofdwerkwoord en moeten een hulpwerkwoord (dit moest ik opzoeken, want redekundig ontleden is niet mijn sterkste kant, en – nu voor het eerst in mijn leven – komt het van pas).

Onderbroekenles

‘Tientallen studenten, voornamelijk twintigers en dertigers (veel mannen), zitten aan hun beeldschermen gekluisterd.’ (Eva Schram, NRC Handelsblad, wo. 28-08-2016, p5 Economie-katern.)

Hier struikelde ik toch, en niet over die studenten. Ik geloof graag dat ze zitten, maar je bent gekluisterd aan iets, of je dat nou zittend, liggend of staand doet. Maar vooruit, het kan, zeker als je een pauze inlast tussen zitten en aan. Belangrijker (en lastiger): hun beeldschermen of hun beeldscherm. Iedere student heeft, laten we daarvan uitgaan, precies een beeldscherm. Ook al is het een lokaal vol studenten, en is het lokaal dus vol beeldschermen: iedere student is aan zijn of haar beeldscherm gekluisterd.

Ik begon met afpellen: de zin reduceren tot de kern, omdat het dan veel eenvoudiger is redactionele beslissingen te nemen. Dus dat het tientallen studenten zijn is voor de taalkwestie niet van belang en ook niet hoe oud die studenten zijn en van welk geslacht. Dan houdt je over: studenten zijn aan hun beeldscherm(en) gekluisterd. Enkelvoud of meervoud? Ik bedenk een vergelijkbare zin, waarin de groepsleden noodzakelijkerwijs ieder iets eigens hebben: Jan en Piet trekken hun onderbroek aan. Als Jan heel preuts is of aan diarree lijdt, misschien dat hij dan wel drie onderbroeken over elkaar aantrekt. En Piet volgt Jan in zijn doen en laten, dus die doet dat ook. Ja, dan geldt: Jan en Piet trekken hun onderbroeken aan. Conclusie: enkelvoud, studenten zijn aan hun beeldscherm gekluisterd.

Wroeten

Op school leerde ik Engels-Engels, Brits-Engels, maar hoe jonger de Nederlander die Engels spreekt, hoe Amerikaanser de uitspraak. Is Brits-Engels beter? Amerikanen zijn dol op Britten die zo mooi Engels spreken, en Britten vinden dat Amerikanen hun taal hebben verkracht. Apple mag graag hun ontwerper Jony Ive in reclamespotjes laten vertellen dat ze aluminium (‘ae-loe-MIH-nie-jum’) gebruiken, maar op hun Amerikaanse website hebben ze het over aluminum (‘uh-LOE-mih-num’).

Gaandeweg ben ik twee keer Engels gaan leren, of eigenlijk twee keer twee keer, want niet alleen hoe je het uitspreekt, maar ook hoe je het schrijft. Dus dat kastje dat het internet binnenshuis verspreidt, een router, is voor mij een ‘roeter’, want het routeert netwerkverkeer, en niet een ‘rauter’, want dat is een freesmachine. En als de verbinding draadloos is, dan via ‘waaifaai’, want je hebt het toch ook over een ‘haaifaai’-installatie. Tenzij je natuurlijk een stereo-installatie hebt, dan mag je ook ‘wifi’ zeggen. Maar als ik tv kijk en van kanaal wissel, dan ‘zap’ ik, bijvoorbeeld naar Zappelin, en dat spreek ook ik uit als ‘zeppelin’.

Wat? Spreken ze in Zuid-Afrika ook Engels? En in Canada? In Australië? Uh …